NQA en Hobéon stemmen criteria voor de beoordeling met elkaar af

01-11-2013

Achtergrond
Opleidingen in het hoger onderwijs laten zich elke zes jaar beoordelen door onafhankelijke auditpanels om hun door de NVAO verleende accreditatie te behouden. De opleidingen worden beoordeeld aan de hand van een aantal NVAO-standaarden. Als het gaat om een zogeheten beperkte opleidingsbeoordeling, hanteren de auditpanels drie standaarden. Bij elke van deze standaarden geven de panels een gemotiveerd oordeel op een vierpuntsschaal: onvoldoende, voldoende, goed of excellent.
 
Omdat de standaarden ruimte laten voor verschil in interpretatie en bovendien geen uitsluitsel geven over de weging van deelaspecten binnen één standaard, is de wijze waarop de standaarden worden gehanteerd niet eenduidig. Beoordeling van standaarden in accreditatierapporten van opleidingen in het nieuwe accreditatiestelsel gedaan door de verschillende panels kunnen nogal uiteen lopen. NQA en Hobéon, beide evaluatiebureaus die de werkzaamheden van auditpanels coördineren, hebben onlangs afstemmingsoverleg gevoerd om meer greep te krijgen op de criteria leidend tot oordelen als 'onvoldoende', 'voldoende', 'goed' en 'excellent'.
 
NQA en Hobéon beschouwen de opgestelde criteria nadrukkelijk als richtinggevend voor de beoordeling en niet als afvinklijst.
Elk panel komt op basis van de weging van de mate­ waarin de opleiding aan de verschillende criteria voldoet tot een oordeel per standaard. De criteria zijn bedoeld als aandachtspunten voor de beoordeling.
 
Het panel kan bij de overwegingen voor het oordeel 'goed' de onderstaande criteria betrekken. De opsomming is niet uitputtend. De criteria kunnen als gevolg van actuele ontwikkelingen aan verandering onderhevig zijn.
 
Standaard 1
Redenen voor het oordeel 'goed' kunnen bijvoorbeeld de volgende punten zijn: een onderbouwd en gedragen additioneel/specifiek profiel; een duidelijke visie op praktijkgericht onderzoek; een duidelijke visie op internationalisering; een betrokken werkveld.
 
Standaard 2
Redenen voor het oordeel 'goed' kunnen bijvoorbeeld de volgende punten zijn: een uitdagende en motiverende leeromgeving waarin sprake is van integratie en consistentie van beroepsvaardigheden en theorie in binnen- en buitenschools leren; expliciete aandacht voor onderzoeksvaardigheden en het ontwikkelen van een onderzoekende houding vanuit de visie zoals die in standaard 1 is geformuleerd; een gekwalificeerd en hecht docententeam; grote en goede betrokkenheid van het werkveld.
 
Standaard 3
Redenen voor het oordeel 'goed' kunnen bijvoorbeeld de volgende punten zijn: het toetsbeleid wordt door alle docenten consequent en op deskundige wijze ten uitvoer gebracht; de beoordelingen van de door het panel beoordeelde eindwerken komen overeen met de beoordelingen van de examinatoren; het niveau van de afstudeerwerken is bovengemiddeld.
 
Wanneer een opleiding op bovengenoemde punten nog belangrijke verbeterslagen kan en moet maken, zal het panel veelal een oordeel 'voldoende' geven.
 
Het aantoonbaar een voorbeeld zijn voor anderen, het bieden van een innovatieve, inspirerende en originele leeromgeving en scripties van uitstekende kwaliteit in de ogen van het panel, vakgenoten en het werkveld, zijn indicaties voor een oordeel 'excellent'.